Partner alimentatie langer of korter dan 12 jaar?

In de meeste gevallen stelt de rechter tijdens een echtscheidingsprocedure niet altijd een termijn vast voor de duur van de partneralimentatie. De verplichting om alimentatie te betalen eindigt dan van rechtswege na 12 jaar. De termijn vangt aan op de dag waarop de echtscheidingsbeschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De gedachte achter deze limitering van de alimentatieverplichting is dat er na afloop van deze termijn geen aan het huwelijk gerelateerde behoefte aan een bijdrage in het levensonderhoud bestaat. In een periode van 12 jaar is er voor een onderhoudsgerechtigde voldoende gelegenheid om zich voor te bereiden op het weer voorzien in het eigen levensonderhoud. Dit wordt althans aangenomen.

De wet geeft in lid 5 van artikel 1:157 BW de mogelijkheid om na het verstrijken van de termijn van 12 jaar de rechter een verlenging van deze termijn te verzoeken. Dit moet gebeuren binnen drie maanden na het verstrijken van de termijn. Een dergelijk verzoek is mogelijk als een handhaving van de termijn zo ingrijpend is voor de onderhoudsgerechtigde dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd. De rechter stelt zware eisen aan een dergelijk verzoek. Gedacht moet worden aan de mogelijkheden om, gelet op leeftijd, gezondheid, arbeidsverleden en achtergrond, zelf in twaalf jaar een eigen inkomen te verwerven. Daarnaast wordt gekeken of dit wel van iemand kan worden gevergd. Ondanks de zware eisen zijn er situaties denkbaar waarin een rechtbank het rechtvaardig acht dat er een verlenging van de termijn van 12 jaar plaatsvindt.

De rechtbank in Den Haag heeft bijvoorbeeld een verzoek tot verlenging toegewezen. De beŽindiging van de partneralimentatie was voor mevrouw dermate ingrijpend dat deze naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid wegens bijzondere omstandigheden niet van haar kon worden gevergd. De rechter stelde vast dat het wegvallen van de partneralimentatie voor een flinke inkomstenterugval zou zorgen. Ook stond vast dat mevrouw nog voor de echtscheiding door een herseninfarct volledig arbeidsongeschikt was geraakt. Hierdoor kon er niet van worden uitgegaan dat mevrouw na de echtscheiding nog betaalde arbeid zou hebben kunnen verrichten. Tot slot werd vastgesteld dat mevrouw haar inkomstenterugval ook niet kon compenseren met behulp van het rendement op haar vermogen (ook de achteruitgang van het vermogen bleek geen punt in deze nu mevrouw het adequaat had beheerd). De rechtbank concludeerde dat er sprake was van bijzondere omstandigheden. De alimentatieverplichting is verlengd. Een dergelijke verlenging is overigens uitzonderlijk.

Aan de andere kant kan ook bij de rechtbank een verzoek tot nihilstelling of verlaging van de alimentatie worden ingediend. Dan moet het gaan om wijziging van omstandigheden, bijvoorbeeld verlaging van het inkomen waardoor geen of minder alimentatie kan worden betaald.

Laat u over de mogelijkheden vrijblijvend adviseren door Paardekooper Advocatuur en Mediation.

<< terug
Copyright © 2018 Paardekooper Advocatuur en Mediation
All Rights Reserved
Copyright © 2018 Paardekooper Advocatuur en Mediation | All Rights Reserved
Copyright © 2018 Paardekooper Advocatuur en Mediation | All Rights Reserved